Niet iedere mening verdient een open deur
Wie zichtbaar is, krijgt te maken met meningen. Heel veel meningen.
Over wat je doet, over wat je niet doet, over hoe je praat, wat je zegt, wat je draagt, welke keuzes je maakt en soms zelfs over wie je bent. Sommige meningen zijn helpend, anderen minder of zelfs op het randje van wat acceptabel is of zelfs daar overheen. Het zijn meningen van mensen die je niet kent, maar ook van mensen die dichterbij of zelfs heel dichtbij je staan.
In een publieke rol hoort dat er voor een deel bij. Ik geloof bovendien sterk in een samenleving waarin we van mening mogen verschillen. Sterker nog, ik vind het belangrijk. Verschillende perspectieven kunnen je uitdagen, je dwingen beter na te denken en soms helpen ze je tot nieuwe inzichten te komen om vervolgens je mening te veranderen. Toch heb ik de afgelopen jaren ook nog iets anders iets geleerd: Dat iemand recht heeft op een mening, betekent niet dat ik verplicht ben om alles te accepteren.
Openstaan betekent niet grenzeloos zijn
Misschien is dat wel een van de ingewikkeldste dingen aan leiderschap. Je wilt luisteren, benaderbaar zijn en kritiek serieus nemen. Je moet niet alleen mensen om je heen willen verzamelen die hetzelfde denken als jij. Juist degenen met andere kennis, ervaringen en ook meningen zijn van groot belang om te zorgen dat je scherp blijft, maar waar eindigt openstaan voor een ander en begint het bewaken van je eigen grens?
Ik heb daar zelf flink mee geworsteld, want als je gewend bent kritisch naar jezelf te kijken, kan iedere mening ineens informatie lijken waarmee je iets moet, want misschien heeft diegene gelijk. Had ik het anders moeten doen? Ben ik te stellig geweest? Had ik beter moeten luisteren?
Zelfreflectie is essentieel, maar wanneer iedere mening toegang krijgt tot je hoofd, wordt zelfreflectie iets anders. Dan geef je anderen voortdurend invloed op hoe jij naar jezelf kijkt en probeer jij je vervolgens daar continu aan aan te passen en loop je het risico jezelf te verliezen.
Kritiek mag niet jouw grens overschrijden
Daarom probeer ik onderscheid te maken. Er is kritiek waar ik iets van kan leren en er zijn mensen die fundamenteel anders naar de wereld kijken dan ik. Ook zijn er stevige discussies waarin we het volledig oneens kunnen zijn en elkaar daarna nog steeds met respect kunnen aankijken, maar er zijn ook woorden die bedoeld zijn om te kleineren, intimideren of persoonlijk te raken. Het is geen geheim dat politici flink wat over zich heen krijgen. Van scheldkanonades tot bedreigingen en die categorieën hoeven we wat mij betreft niet op een hoop te gooien onder het mom van: “Je moet toch tegen kritiek kunnen?”
Ja, wie verantwoordelijkheid draagt, moet tegen kritiek kunnen, maar kritiek en ongefundeerd iets roepen of grensoverschrijdende uitspraken zijn niet hetzelfde. Een andere mening hebben is iets anders dan iemand wegzetten of beledigen. Een besluit bekritiseren is iets anders dan iemand persoonlijk aanvallen. Boos zijn is iets anders dan bedreigen of intimideren. Dat onderscheid mogen we veel duidelijker maken.
Niet alles hoeft een plek aan tafel te krijgen
We leven in een tijd waarin iedereen vrijwel onmiddellijk zijn mening kan geven.
Een reactie is binnen een paar seconden geplaatst. Sociale media geven de meest uitgesproken stemmen vaak ook nog eens het grootste bereik en daardoor kan gemakkelijk het idee ontstaan dat iedere mening even zwaar moet wegen. Dat geloof ik niet.
Iedereen mag een mening hebben, maar niet iedere mening is even goed onderbouwd. Niet iedere mening is te goeder trouw. Niet iedere mening vraagt om een antwoord en niet iedere manier waarop een mening wordt geuit, is acceptabel.
Dat uitspreken is geen intolerantie. Het is een grens en grenzen zijn noodzakelijk wanneer je verantwoordelijkheid draagt.
De moeilijkste grens ligt soms bij jezelf
Voor mij zit de grootste uitdaging overigens niet altijd in het stellen van grenzen naar anderen. Vaak zit het in mijn eigen hoofd, want welke mening laat ik binnen, welke kritiek neem ik serieus, welke opmerking blijft onnodig lang hangen en aan wie geef ik eigenlijk de macht om te bepalen of ik het goed doe?
Zeker wanneer je last hebt van faalangst, is het verleidelijk om negatieve reacties zwaarder te laten wegen dan positieve. Tien mensen kunnen zeggen dat je iets goed hebt gedaan en die ene kritische opmerking blijft hangen. Daarom probeer ik mezelf tegenwoordig onderscheid te maken:
Van wie komt deze mening en waarom geef ik haar gewicht?
Heeft deze persoon kennis van het onderwerp?
Is de kritiek inhoudelijk?
Kan ik er iets van leren?
En misschien nog belangrijker: wordt ze gegeven met de intentie om iets beter te maken?
Als het antwoord nee is, hoef ik die mening niet automatisch mee naar huis te nemen.
Grenzen stellen hoort ook bij leiderschap
Ik dacht voorheen dat goed leiderschap betekende dat je voor iedereen altijd bereikbaar moest zijn. Dat je moest blijven luisteren, blijven en blijven uitleggen, wat ertoe kan leiden dat een persoon voortdurend over zijn eigen grenzen heen moet stappen om de ander ruimte te geven.
Soms is leiderschap juist aangeven dat er een grens bereikt is: Tot hier en niet verder.
Soms vraagt het dat ik een de filter toepas, waarbij ik bepaalde kritiek serieus neem, maar de manier van communiceren niet hoeft te accepteren en dat ook durven aangeven:
“Over dit onderwerp ga ik graag met je in gesprek, maar niet op deze toon”
“Ik respecteer dat jij hier anders over denkt, maar dat betekent niet dat ik mijn eigen overtuiging moet loslaten”.
Soms betekent het zelfs dat je helemaal niet reageert, want niet iedere discussie hoeft gevoerd te worden, niet iedere aanval vraagt om verdediging en niet iedereen heeft recht op jouw tijd, aandacht en energie.
Grenzen maken gezonde verbinding mogelijk
Grenzen worden soms gezien als iets hards. Alsof grenzen afstand creëren. Dat zie ik inmiddels anders.
Een goede grens vertelt de ander waar de ruimte voor ontmoeting begint en waar die eindigt. Binnen die ruimte kunnen we stevig discussiëren, we kunnen van mening verschillen en elkaar uitdagen. Ik kan naar jou luisteren en jij naar mij, maar op een fatsoenlijke manier met elkaar omgaan is voor mij de ondergrens en misschien hebben we juist in deze tijd meer van dat soort grenzen nodig. Niet minder debat, niet minder verschil, niet minder scherpe meningen, maar wel duidelijker zijn over de manier waarop we met elkaar omgaan, want een samenleving waarin iedereen vrijuit mag spreken, kan alleen functioneren wanneer we ook verantwoordelijkheid nemen voor hoe we met elkaar het gesprek voeren.
Ik leer steeds beter dat ik niet iedere mening toe hoef te laten en ik weet dat ik kan luisteren zonder het met je eens te zijn.
Ook kan inmiddels kritiek ontvangen zonder mezelf te verliezen en ik kan ruimte bieden zonder mijn eigen ruimte op te geven.
De voorwaarde daarvoor is dat ik een grens kan trekken wanneer dat nodig is zonder de verbinding met de ander af te wijzen en dat is wel de kunst die oefening vergt: niet minder open worden door alles wat er op je afkomt, maar sterk genoeg in je schoenen leren staan om zelf te bepalen wat je binnenlaat.

